Defensie (Ministerie van Defensie)Koninklijke Landmacht (KL)Koninklijke Luchtmacht (KLu)Koninklijke Marechaussee (KMar)Koninklijke Marine (KM)

‘Defensie geen bedreiging maar toevoeging’

Defensie heeft in Afghanistan en Irak capaciteiten ontwikkeld die goed kunnen worden toegepast in de veiligheidsregio’s. Militairen voeren daarom dagelijks operaties uit voor en met gemeenten, Justitie, politie, brandweer en geneeskundige hulporganisaties. Missies die bij publiek en bestuurders doorgaans onbekend zijn; en onbekend maakt onbemind.

Soldaten die met zandzakken sjouwen, helikopters die branden blussen.
Zichtbaar en nuttig werk, maar vandaag de dag tamelijk folkloristische karweitjes voor Defensie. ‘Vroeger waren wij de handjes om zandzakken te vullen’, zegt de commandant van de landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif. ‘Dat kunnen we nog steeds, maar door onze missies in Irak en Afghanistan hebben we unieke capaciteiten ontwikkeld die goed in Nederland toegepast kunnen worden. Door deze missies is de samenwerking met politie en Justitie veranderd. Ons werk draait steeds meer om kwaliteit.’ Defensie heeft niet alleen permanent 4.600 militairen klaarstaan voor inzet in eigen land, maar ook capaciteiten op het gebied van het zoeken, observeren en analyseren beschikbaar gesteld aan alle veiligheidsregio’s. Langzaam maar zeker hebben deze regio’s de militairen geaccepteerd als volwaardig partner.
Maar er is nog steeds onbekendheid, en onbekend maakt onbemind, aldus generaal De Kruif. ‘Terwijl we geen bedreiging zijn maar een toevoeging. We lossen dingen op.’

Amsterdam-Amstelland is zo’n veiligheidsregio die sceptisch was over de komst van een Defensievertegenwoordiger (Officier Veiligheidsregio). ‘Dat gevoel werd vooral veroorzaakt onbekendheid met het militaire bedrijf’, zegt majoor Freek Drenth, Defensievertegenwoordiger bij Amsterdam-Amstelland.
Drenth: ‘De veiligheidsregio zag de noodzaak niet van samenwerking met Defensie. Ze konden toch alles zelf? Maar ik zit nu twee jaar in Amsterdam en ik merk dat die houding verdwijnt. Ik vertel wat we in huis hebben en wat we kunnen en dat is meer dan beleidsambtenaren en bestuurders zich realiseren. Bij een veldhospitaal dacht men aan M*A*S*H, totdat we vorig jaar onze tenten hadden opgebouwd op de Marinekazerne. Voor Afghanistan hebben we verbindingsapparatuur aangeschaft die kan worden ingezet als C2000 uitvalt. We kunnen niet zeshonderd C2000-communicatieplatforms overnemen, maar we kunnen wél snel communicatielijnen tussen het crisiscentrum en een commandopost aanleggen. Een wereld is opengegaan voor de civiele partijen.’
Een wereld van verschil met vijf jaar geleden, aldus landmachtcommandant De Kruif.

De bestrijding van de duin- en bosbranden bij Bergen en Schoorl vorig jaar is een schoolvoorbeeld van de huidige samenwerking tussen Defensie en de civiele partijen, meent majoor Freek Drenth. ‘We hebben de branden geblust met blushelikopters en op de grond. Veel minder bekend is dat we de politie hebben ondersteund bij het forensisch onderzoek. Wij hebben bij Defensie analisten die op een speciale manier informatie kunnen verwerken, werk dat ze hebben geleerd in Afghanistan bij het opsporen van bermbommenmakers. We hebben onze analisten binnengebracht en laten zien dat we op een andere manier met informatie en rapportages omgaan. Wij noemen dat bij Defensie netcentrisch werken. Op basis van onze inschattingen en op basis van informatie van de politie hebben we vervolgens op een aantal kritische plekken militairen laten observeren.” Een man van 44 uit Alkmaar en twee jongemannen van 18 en 20 werden kort na de branden opgepakt, meldde RTV Noord-Holland.

Specialisten van Defensie zijn dagelijks op verzoek van gemeenten, Justitie en politie of de FIOD actief bij analyse,- observatie-en zoekoperaties. Vaak in het geheim omdat Defensie niet al zijn kunstjes wil verklappen of omdat het om een justitieel onderzoek gaat. Een opdracht die in Amsterdam-Amstelland regelmatig wordt uitgevoerd maar waar weinig bekendheid aan wordt gegeven, is de speurtocht naar wapens. ‘Iedere maand is het raak’, zegt majoor Drenth. ‘Politie en de brandweer hebben duikers, maar die zijn niet specifiek opgeleid om objecten te zoeken. Ze proberen het wel, maar ze hebben de middelen en de mensen niet om wapens onder de modder van de grachten vandaan te halen. De Defensieduikgroep heeft onderwatermetaaldetectoren en sonarapparatuur. De granaatwerper waarmee vorig jaar de rechtbank in Amsterdam werd beschoten, hebben we op die manier uit het water gehaald. We zijn niet beter, we nemen het ook niet over, we doen het gewoon anders en beschikken over specialistische apparatuur en kennis. Door successen te boeken, weet men ons steeds beter te vinden.’

Burgemeester van Amstelveen en vicevoorzitter van de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland Jan van Zanen (VVD) heeft Defensie gevonden.Hij zegt:
‘Ik kan mij voorstellen dat de samenwerking in onze veiligheidsregio in het begin wat onwennig was, maar zelf heb ik daar nooit zo’n last van gehad. Als ik een probleem heb, wil ik het opgelost hebben voor de burgerij. Je hebt natuurlijk als burgemeester de neiging om allereerst de civiele diensten in te schakelen en later aan Defensie te denken. Wij gaan uit van ons eigen rood, wit en blauw, maar we hebben Defensie hard nodig bij specialistische opdrachten waarvoor wij gewoonweg de middelen en de mensen niet hebben.’
Burgemeester Van Zanen noemt als voorbeeld het registreren van bewegingspatronen van criminelen of criminele groepen. Van Zanen:
‘Natuurlijk stuur je liever de buurtregisseur de wijk in, maar ik zou als burgemeester wel erg dom zijn als ik van de observatietechnieken die de militairen hebben geleerd in Afghanistan, geen gebruik zou maken. Natuurlijk aanvullend en onder regie van politie en Justitie, maar Defensie wil ook niet anders. Ze doen hun werk discreet en professioneel. Mensen op straat merken er niets van. Overigens zou ik ook geen probleem hebben met een grootschalige inzet van militairen, als zij de partij met de kennis en de middelen zouden zijn. Juist omdat ze hun werk zo goed doen, voorspel ik dat alle veiligheidsregio’s veel meer gebruik gaan maken van Defensie.’

Luitenant-kolonel Erwin Vonk coördineert als hoofd nationale operaties van de landmacht de missies die de landmacht uitvoert voor de veiligheidsregio’s.
En dat worden er inderdaad steeds meer, zegt Vonk. ‘Maar we hebben een beperkte capaciteit. Sommige middelen hebben we apart gezet voor de nationale inzet. Twee Ravensystemen voor onbemande observatie vanuit de lucht zijn gegarandeerd, maar als ik er vijf moet inzetten, dan gaan we in de slag met de aanvragers. Welk effect wil je bereiken? Daar moeten veiligheidsregio’s ook om vragen. Niet om middelen, maar om effecten. Je kunt vanuit de lucht observeren, maar ook vanaf de grond.’ Vorig jaar werden per week gemiddeld drie civiel-militaire operaties uitgevoerd. Die acties van Defensie hangen volgens Vonk niet aan elkaar van red tape en kosten de gemeenten ook niets. Hij zegt: ‘Je hoort wel dat gemeenten bevreesd zijn om iets aan ons te vragen. Het zou lang duren en veel kosten. Dat is niet zo.
De aanvraagprocedure is simpel en verloopt snel. De Officier Veiligheidsregio is hiervoor de schakel en kent de weg. Na een incident met een brandblushelikopter waarvan een gemeente vreesde dat de inzet duur zou zijn, is in 2010 het fonds Nationale Inzet Krijgsmacht opgericht. De gemeenten, Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie storten daar geld in. Als de procedures goed zijn doorlopen, declareren wij alleen de additionele kosten bij dat fonds. De rest betalen wij zelf.’

Majoor Bert van de Vegte vertegenwoordigt Defensie in de veiligheidsregio Limburg-Noord. De contacten zijn de laatste jaren beter geworden, zegt De Vegte. De samenwerking tussen de militairen en de civiele partners verliep in het zuiden overigens vanaf het begin al gemakkelijker dan in het westen van het land. Heeft volgens majoor Van de Vegte vast te maken met de traditionele aanwezigheid van bases en kazernes in het zuidoosten van Nederland. De landmacht zette er vorig jaar ook voor het eerst een zogenoemd advanced search team in om politie, Justitie en FIOD te assisteren bij een speurtocht naar crimineel geld. De Belastingdienst vermoedde dat een drugshandelaar bij een huis in Venlo geld had verstopt. ‘In Uruzgan hebben genisten geleerd hoe ze met speciale apparatuur een doorzoeking kunnen uitvoeren. Dat waren bermbommen, hier kan dat geld of drugs zijn. De planning en de uitvoering hebben we in Afghanistan geleerd en kunnen we hier toepassen’, aldus Van de Vegte. Het advanced search team van de landmacht vond een bergruimte achter een dubbele wand 4,5 miljoen. Advanced search teams worden inmiddels in het hele land ingezet, bijvoorbeeld bij het zoeken naar vermisten of wapens.

Majoor Van de Vegte gaat niet op de koffie bij de burgemeesters in zijn veiligheidsregio. ‘Op ambtelijk niveau heb ik goede contacten. Ik zit in het overleg van de veiligheidsadviseurs van de burgemeesters. Zij zullen altijd betrokken zijn bij overleg over een bijstandsaanvraag.’ De burgemeester die Van de Vegte wél regulier sprak, was de voorzitter van de veiligheidsregio en tot voor kort burgemeester van Venlo Hubert Bruls (CDA). Bruls is sinds mei burgemeester van Nijmegen, en daarmee voorzitter van de veiligheidsregio Gelderland-Zuid geworden. Bruls heeft als oud-voorzitter in Noord-Limburg niets dan lof voor Defensie. ‘Ik herinner mij een grote brand eind 2010 jaar bij het ziekenhuis in Venlo. Alle bellen gingen rinkelen want er was asbest vrijgekomen. Defensie kwam meteen mee terwijl er niet direct een rol voor hen was. Wij profiteerden ook van hun goede contacten. Eerder dit jaar verdronk een schaatser net over de grens op een Duits meertje. Zijn lichaam moest geborgen worden, werk dat onze brandweermensen niet konden uitvoeren.
Toen hebben we gebruikt gemaakt van de contacten van de Veiligheidsofficier.
Defensie kwam meteen met een speciaal team en heeft het lichaam geborgen.’

Dat burgemeesters toch niet meteen denken aan Defensie bij een probleem of zelfs bij een crisis, vindt Hubert Bruls wel begrijpelijk. ‘Je vertrouwt allereerst op de inzet van politie, brandweer en de geneeskundige hulporganisaties. Het moet bijzonder zijn, bijvoorbeeld door capaciteitsgebrek of bij een enorme calamiteit of een typisch specialisme, dat je gaat denken aan Defensie. Daar is wel een wereld te winnen. Het speelt dan vooral in de aanvullende sfeer om specialismen die we in de veiligheidsregio niet in huis hebben. Waarom zouden we niet profiteren van een ander deel van de overheid?’ Dat de militaire organisatie er één is van gezagslijnen en duidelijke verantwoordelijkheden, komt binnen de veiligheidsregio goed van pas, aldus burgemeester Bruls. Hij zegt: ‘99 procent van onze tijd zitten we als overheden in een horizontale netwerksamenwerking, waarin de verantwoordelijkheden diffuus zijn. In een crisissituatie slaat dat helemaal om en worden de gezagslijnen verticaal en verloopt alles strak volgens protocollen. Die werkwijze zit militairen als gegoten.’

De veiligheidsregio

Er zijn in Nederland 25 veiligheidsregio’s waarbinnen gemeenten, politie, brandweer en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR) samenwerken vanuit een regionaal veiligheidsbureau. De Wet veiligheidsregio’s
(Wvr) trad in 2010 in werking. De cafébrand in Volendam en de vuurwerkramp in Enschede in 2000 gaven aanleiding tot de instelling van de veiligheidsregio’s, omdat duidelijk was geworden dat gemeenten te klein waren en onvoldoende kennis in huis houden om incidenten en rampen te kunnen bestrijden. Omdat crises zich doorgaans niet beperken tot één gemeente, vallen de grenzen van de veiligheidsregio’s samen met die van de 25 politieregio’s. Vanaf 1 januari volgend jaar maken deze politieregio’s onder de Nationale Politie overigens plaats voor tien nieuwe politieregio’s. In iedere veiligheidsregio in Nederland zetelt een Officier Veiligheidsregio.
Deze officier (landmacht, marine, luchtmacht of marechaussee) adviseert het lokaal gezag in de voorbereidingsfase en in een crisissituatie en is de directe link met de krijgsmacht.